Home / Wij ontwikkelen dingen die er nog niet zijn, maar straks noodzakelijk zijn
Gepubliceerd op 10 december 2025
BioscienZ ontwikkelt producten op basis van fermentatie, micro-organismen en plant-based grondstoffen. Het bedrijf ziet zichzelf als venture studio: ideeën worden ontwikkeld, verfijnd en daarna als zelfstandig bedrijf gelanceerd. Een aantal projecten staat op het punt om volledig in de markt gezet te worden. Zo werkt BioscienZ aan een textielachtig materiaal op basis van schimmels, gemaakt uit reststromen uit de zuivelindustrie. Het resultaat lijkt op leer, maar is volledig plant-based. “We zijn vijf jaar bezig geweest met onderzoek. Nu staan we op het punt van opschaling en het vinden van de eerste klanten,” vertelt Wim.
Een ander project draait om enzymtechnologie, ontwikkeld naar aanleiding van een pitchwedstrijd. “Op basis van die prijs hebben we een nieuw enzymplatform ontwikkeld. Dat moet nu commercieel worden gemaakt.” Ook dat leidt tot de oprichting van een nieuw bedrijf. Het principe is steeds hetzelfde: BioscienZ ontwikkelt het platform, het product én de technologie, waarna het als zelfstandig bedrijf verder kan groeien.
Dat alle innovaties plant-based zijn, is voor Wim geen strategie maar logica. “Wij zetten plant-based grondstoffen om in iets anders: een voedingsmiddel, een enzym of een materiaal. Daarmee vervangen we dingen die nu van olie of dieren komen.” Volgens hem bestaat er een eenvoudige reden waarom dit de toekomst is: efficiëntie. Zo schetst hij hoe nieuwe eiwitvormen veel meer opbrengst per hectare kunnen leveren dan traditionele dierlijke productie. En bij het textielproject werkt het net zo: enorme hoeveelheden textiel kunnen worden geproduceerd uit minimale plant-based reststromen. Plant-based is voor BioscienZ niet alleen duurzamer, maar ook veel schaalbaarder.

De grootste waarde van BioscienZ zit volgens Wim niet in technieken of machines, maar in mensen. “De kwaliteit van mensen bepaalt of wij iets kunnen realiseren.” Het bedrijf trekt biotechnologen aan uit steden als Wageningen, Delft en Leiden. En er wordt tevens intensief samengewerkt met Avans Hogeschool. De samenwerking is divers: van gastcolleges tot gedeeld onderzoek. Veel innovaties beginnen zelfs met stagiairs. “Heel veel van onze nieuwe ontwikkelingen worden door stagiairs opgezet. Zij brengen een vernieuwende blik, wij geven ze de middelen.” Deze samenwerking maakt het mogelijk om nieuwe producten sneller te ontwikkelen en dichter bij de markt te brengen.
BioscienZ werkt intensief met regionale partijen, maar ook met partners uit heel Europa, van Kopenhagen tot Cambridge. Een andere belangrijke rol van BioscienZ is het uitvoeren van contractonderzoek voor andere bedrijven, zowel in de regio als internationaal. “Er bestond hier geen fermentatie-expertise. Wij hebben die wel. “Bedrijven kunnen bij ons terecht om enzymen of micro-organismen te ontwikkelen die nog niet bestaan.” Op die manier wordt het regionale innovatie-ecosysteem versterkt.
Sinds de start heeft BioscienZ tientallen nieuwe banen in Brabant gecreëerd in de biotechnologie. En dat is volgens Wim nog maar het begin. Als textielinnovatie en andere technologieën verder worden opgeschaald, groeit de werkgelegenheid mee. “Innovatieve banen, hoogwaardige banen, dat is belangrijk voor deze regio.”

Voor Wim is innovatie zowel persoonlijk als professioneel. Hij werkte jarenlang bij grote bedrijven, maar miste de vernieuwing. “Ik krijg gewoon energie van dingen ontwikkelen die er nog niet zijn.” Daarnaast heeft hij een duidelijke missie: de maakindustrie terugbrengen naar West-Brabant. “Als we hier niets meer maken en alles in het buitenland wordt uitgevoerd, verliezen we onze maakindustrie. En als je niet maakt, kun je uiteindelijk ook niets meer ontwikkelen.”
BioscienZ ziet het Toekomstmakerschap als erkenning en als voorbeeldfunctie. Wim hoopt dat het andere ondernemers inspireert om gewoon te beginnen. “Als je een vernieuwend idee hebt dat toekomstbestendig is, dan kun je hier geld ophalen, talent vinden en een bedrijf bouwen. Ik hoop dat ons verhaal laat zien dat dat kan, juíst ook in deze regio.

De droom voor de komende tien jaar? Dat de innovaties van nu uitgegroeid zijn tot zelfstandige bedrijven met internationale schaal. Textiel gemaakt uit schimmels. Enzymplatforms die wereldwijd worden toegepast. Nieuwe materialen die olie- en dierlijke producten vervangen. En dat alles vanuit West-Brabant.
Het verhaal van BioscienZ is onderdeel van Toekomstmakers. Lees ook andere inspirerende verhalen van West-Brabantse koplopers via: www.rewin.nl/case/toekomstmakers
BioscienZ ontwikkelt producten op basis van fermentatie, micro-organismen en plant-based grondstoffen. Het bedrijf ziet zichzelf als venture studio: ideeën worden ontwikkeld, verfijnd en daarna als zelfstandig bedrijf gelanceerd. Een aantal projecten staat op het punt om volledig in de markt gezet te worden. Zo werkt BioscienZ aan een textielachtig materiaal op basis van schimmels, gemaakt uit reststromen uit de zuivelindustrie. Het resultaat lijkt op leer, maar is volledig plant-based. “We zijn vijf jaar bezig geweest met onderzoek. Nu staan we op het punt van opschaling en het vinden van de eerste klanten,” vertelt Wim.
Een ander project draait om enzymtechnologie, ontwikkeld naar aanleiding van een pitchwedstrijd. “Op basis van die prijs hebben we een nieuw enzymplatform ontwikkeld. Dat moet nu commercieel worden gemaakt.” Ook dat leidt tot de oprichting van een nieuw bedrijf. Het principe is steeds hetzelfde: BioscienZ ontwikkelt het platform, het product én de technologie, waarna het als zelfstandig bedrijf verder kan groeien.
Dat alle innovaties plant-based zijn, is voor Wim geen strategie maar logica. “Wij zetten plant-based grondstoffen om in iets anders: een voedingsmiddel, een enzym of een materiaal. Daarmee vervangen we dingen die nu van olie of dieren komen.” Volgens hem bestaat er een eenvoudige reden waarom dit de toekomst is: efficiëntie. Zo schetst hij hoe nieuwe eiwitvormen veel meer opbrengst per hectare kunnen leveren dan traditionele dierlijke productie. En bij het textielproject werkt het net zo: enorme hoeveelheden textiel kunnen worden geproduceerd uit minimale plant-based reststromen. Plant-based is voor BioscienZ niet alleen duurzamer, maar ook veel schaalbaarder.

De grootste waarde van BioscienZ zit volgens Wim niet in technieken of machines, maar in mensen. “De kwaliteit van mensen bepaalt of wij iets kunnen realiseren.” Het bedrijf trekt biotechnologen aan uit steden als Wageningen, Delft en Leiden. En er wordt tevens intensief samengewerkt met Avans Hogeschool. De samenwerking is divers: van gastcolleges tot gedeeld onderzoek. Veel innovaties beginnen zelfs met stagiairs. “Heel veel van onze nieuwe ontwikkelingen worden door stagiairs opgezet. Zij brengen een vernieuwende blik, wij geven ze de middelen.” Deze samenwerking maakt het mogelijk om nieuwe producten sneller te ontwikkelen en dichter bij de markt te brengen.
BioscienZ werkt intensief met regionale partijen, maar ook met partners uit heel Europa, van Kopenhagen tot Cambridge. Een andere belangrijke rol van BioscienZ is het uitvoeren van contractonderzoek voor andere bedrijven, zowel in de regio als internationaal. “Er bestond hier geen fermentatie-expertise. Wij hebben die wel. “Bedrijven kunnen bij ons terecht om enzymen of micro-organismen te ontwikkelen die nog niet bestaan.” Op die manier wordt het regionale innovatie-ecosysteem versterkt.
Sinds de start heeft BioscienZ tientallen nieuwe banen in Brabant gecreëerd in de biotechnologie. En dat is volgens Wim nog maar het begin. Als textielinnovatie en andere technologieën verder worden opgeschaald, groeit de werkgelegenheid mee. “Innovatieve banen, hoogwaardige banen, dat is belangrijk voor deze regio.”

Voor Wim is innovatie zowel persoonlijk als professioneel. Hij werkte jarenlang bij grote bedrijven, maar miste de vernieuwing. “Ik krijg gewoon energie van dingen ontwikkelen die er nog niet zijn.” Daarnaast heeft hij een duidelijke missie: de maakindustrie terugbrengen naar West-Brabant. “Als we hier niets meer maken en alles in het buitenland wordt uitgevoerd, verliezen we onze maakindustrie. En als je niet maakt, kun je uiteindelijk ook niets meer ontwikkelen.”
BioscienZ ziet het Toekomstmakerschap als erkenning en als voorbeeldfunctie. Wim hoopt dat het andere ondernemers inspireert om gewoon te beginnen. “Als je een vernieuwend idee hebt dat toekomstbestendig is, dan kun je hier geld ophalen, talent vinden en een bedrijf bouwen. Ik hoop dat ons verhaal laat zien dat dat kan, juíst ook in deze regio.

De droom voor de komende tien jaar? Dat de innovaties van nu uitgegroeid zijn tot zelfstandige bedrijven met internationale schaal. Textiel gemaakt uit schimmels. Enzymplatforms die wereldwijd worden toegepast. Nieuwe materialen die olie- en dierlijke producten vervangen. En dat alles vanuit West-Brabant.
Het verhaal van BioscienZ is onderdeel van Toekomstmakers. Lees ook andere inspirerende verhalen van West-Brabantse koplopers via: www.rewin.nl/case/toekomstmakers
Gepubliceerd op 17 augustus 2026
Gepubliceerd op 4 augustus 2026
Gepubliceerd op 27 juli 2026